Om het leven van de bobine te sparen wordt de
werkspanning over de bobine wat teruggebracht. Daarvoor zijn twee manieren:
Methode 1:
Er lopen twee draden naar de pluspool van de bobine. De ene vanaf het
startrelais rechtstreeks naar de pluspool, de andere vanaf de batterij via
de voorschakelweerstand naar de pluspool. De werking is als volgt: Tijdens
het starten staat 12V van de accu, via het startrelais op de pluspool. De
accuspanning die via de voorschakelweerstand loopt is lager (bijv. 9V) en
doet dus niet mee. Als de motor een maal loopt en het startcircuit wordt
niet langer bekrachtigd, dan valt de stroom over het startrelais weg.
Doordat inmiddels de dynamo stroom is gaan leveren, is de boordspanning
opgelopen naar 13,5V-14V. Deze wordt nu door de voorschakelweerstand
teruggebracht naar onder de 12V om de bobine niet te overbelasten. Op deze
manier is tijdens het starten dus in ieder geval alle spanning in de accu
beschikbaar voor het produceren van een zo krachtig mogelijke vonk.
Methode 2:
Er loopt alleen een draad van de accu via de voorschakelweerstand naar de
pluspool van de bobine. De voorschakelweerstand is echter uitgevoerd als een
temperatuur afhankelijke weerstand. Tijdens het starten is de
voorschakelweerstand nog koel en dus de weerstand laag. Loopt de motor
eenmaal dan zal de voorschakelweerstand warm worden en dus de weerstand
toenemen.
Deze tweede methode is gebruikt in mijn HY. Overigens heeft mijn bobine als
aanduiding gewoon 12V op het huis staan. Je leest wel eens verhalen dat er
een bobine met een lager voltage in het systeem zou hangen maar op grond van
het bovenstaande lijkt me dat onwaarschijnlijk. Als ik mijn motor weer
geinstalleerd heb dan zal ik eens voltages gaan meten.
|
|
In deze houder bevindt zich een isolatieplaatje met daar omheen een aantal wikkelingen. Dit is de temperatuur afhankelijke weerstand. |