|
|
Links een aardige indruk van de staat waarin alles in de motorruimte verkeert. Vreselijk vet met een hoop daarin gevangen zand. Gelukkig heeft dat de roestvorming redelijk tegen gehouden. Links boven zit het rempedaal op een aparte as die tevens een steun voor de handremkabel vast zet. Daarboven hangt de remlichtschakelaar. Rechts onder op de foto ziet u een deel van de hoofdremcilinder in de oorspronkelijke staat. |
|
|
Hier ziet u de overgang van het vaste leidingsysteem naar de flexibele slang op de draagarm van het rechter achterwiel. |
|
|
Hier is duidelijk te zien dat de leiding die naar de ingang van de remdrukbegrenzer loopt lek is. Bovendien zijn de koppelstukken en de wartels tot één geheel aangekoekt. Niet zo verwonderlijk dus dat demontage onmogelijk was. Ik heb alle remleidingen moeten afknippen. |
|
|
Het plaatwerk is ook aan een kleine reparatie toe en de tule voor de doorvoer van de remleiding naar het linker achterwiel mist. Aan de andere kant van dit stuk plaatwerk zit de kriksteun die vóór het linker achterwiel zit. Ook daar is wat laswerk nodig. De achterkant van de kriksteun zit namelijk nog maar met één puntlas vast aan de chassisbalk en is verbogen. Daardoor is ook de aansluiting met de wand die u op deze foto ziet verbogen en dat heeft wat roestvorming opgelevert. |
|
|
Na demontage resteert dit hoopje ellende. |
|
|
Zie daar maar eens remleidingen uit los te draaien!! Met het huis in de bankschroef draaiden de wartels dol. |
|
|
Dus dan maar andersom. |
|
|
De wartel in de bankschroef en een griptang op het T-stuk. |
|
|
En dan lukt het om de wartel los te krijgen. Als uw leidingwerk er ook zo uitziet, bedenk u dan nog maar een keer voordat u probeert een leiding los te draaien terwijl alles nog aan de auto vast zit! |
|
|
Door de ronde gaten boven in de steun gaat een hulpas voor het rempedaal. |
|
|
Met deze hulpas wordt tevens een steun vast gezet waar de handremkabel doorheen loopt. |
|
|
Aan een aparte arm zit de remlicht schakelaar. |
|
|
Hier is het gemonteerde rempedaal te zien. De hoofdremcilinder is nog niet gemonteerd. Dit kan pas nadat de voortrein aan het chassis is vastgezet, omdat er anders geen ruimte voor de dop is waarmee de moer moet worden vastgezet. |
|
|
Na montage van de remankerplaat bleek dat de remleiding niet recht voor de remsteun uitkwam. |
|
|
Door de remsteun moet het verloopstuk dat u hier op de flexibele remleiding ziet zitten. |
|
|
Tussen de flexibele remleiding en het verloopstuk moet deze kleine koperen ring als pakking gemonteerd worden. |
|
|
Het is zaak om niet aan remleidingen te buigen zonder speciaal gereedschap. Zo zijn er buigsetjes, miniatuur versies van de buigijzers die u wellicht kent van de loodgieter. Maar ja, welke amateur heeft zo iets? De diameter van de remleiding die van het verloopstuk naar de onderste remcilinder loopt is ongeveer gelijk aan de diameter van electriciteitsdraad. Door dit draad door de remleiding te schuiven kon ik voorkomen dat ik de leiding zou dichtknijpen bij het buigen. |
|
|
De draad door het gat van de remsteun en door de veerring en de moer. |
|
|
En daarna in de remleiding gebracht. Nu kan de remleiding gebogen worden zonder het risico te lopen dat de leiding dicht knikt. |
|
|
Na wat buigen kon de remleiding recht voor
het verloopstuk worden gebracht en de electriciteitsdraad er weer
uitgetrokken worden waarna de verbinding kon worden aangedraaid. LET OP: Om de remleiding goed vast te kunnen zetten, maar ook als u de remleiding wilt losmaken, is het zaak om het verloopstuk zelf met sleutel 21 vast te houden. Houd dus niet de voorste moer vast, want dan loopt u grote kans dat het verloopstuk gaat meedraaiende en dat u de remleiding kapot draait! |
|
|
Nog twee dingen om rekening mee te houden bij deze remleiding. Ten eerste: zorg dat de leiding door het midden van het gat in de remankerplaat loopt zodat de rubber dop er netjes omheen valt. |
|
|
Ten tweede: zorg er voor dat de remleiding niet tegen de achterste terugtrekveer van de remschoen aanloopt. |
|
|
De flexibele slang moet gemonteerd worden met een slag er in. Dit geeft ruimte aan de slang bij het sturen van de voorwielen. Rest nog het aanbrengen van de ophanging van de flexibele slang aan de bovenste draagarm. Deze bestaat uit een klem om de flexibele slang en een klem om de draagarm. Beide klemmen zijn met elkaar verbonden door een rubber band. |
|
|
Het andere uiteinde van de flexibele slang wordt gemonteerd aan een steun die aan het paard vast zit. Vandaar loopt later de vaste leiding naar de hoofdremcilinder. |