Uw browser ondersteunt geen javascript. Daardoor wordt de pagina niet correct weergegeven.
Smering

Olie rond het vuur.

Je gooit natuurlijk geen olie op het vuur, dus de olie in de motor vindt zijn weg rondom de hete brei. Hieronder staan wat foto's die een beeld scheppen van de weg die de olie door de motor aflegt.

Op de foto links de oliepomp. De grote schotel is het filter en hangt in de olie die zich onder in de carterpan bevindt. Vanaf de pomp gaat de olie via een leiding het motorblok in.
Door het motorblok loopt een kanaal, dat aan beide zijden is afgedopt. In dat kanaal zit een opening voor het element voor het oliedruk waarschuwingslampje.
Vanuit dat centrale kanaal worden de drie hoofdlagers van de krukas gesmeerd. Hier splits de oliestroom zich. Een deel gaat door een boring in de krukas naar de big-end lagers. De buitenste hoofdlagers smeren respectievelijk drijfstang 1 en 4, het middelste hoofdlager smeert beide drijfstangen 2 en 3. Een ander deel gaat naar de lagers van de nokkenas. Vanaf het nokkenaslager aan de distributiekant loopt ook nog een kanaal naar buiten. Op dit kanaal wordt een kort olieleiding aangesloten, die buitenom het blok naar de kop gaat om daar de olie aan te voeren.
Hier een blik op het middelste hoofdlager en de uitloop naar de twee middelste big-ends.
Hier gaat dan de olie de kop in.
Door de ruimte die er is tussen voorste kopbout en het boutgat komt olie naar boven.........
 ......en stroomt de holle tuimelaaras in. In deze as zitten vier gaatjes op de plaats van de tuimelaars. Let er bij het monteren van deze as op dat deze gaatjes schuin naar beneden wijzen en naar de buitenkant van de kop.
Door de vier assteunen is een horizontaal kanaal geboord, waarvan het begin is afgedopt.
Vanuit de  lange tuimelaaras gaat de olie via deze vier kanalen naar de vier korte tuimelaarassen.
Ook hier zit weer ruimte rond de bouten van de korte tuimelaarassen waarlangs de olie naar boven kan.
En tenslotte gaat de olie dan de korte tuimelaarassen in. In deze assen zitten twee gaatjes. Let er bij de montage op dat die naar beneden moeten wijzen.
In elke tuimelaar zitten twee boringen.
Eén naar de stelbout voor de klepspeling en .........
........ één naar de bovenkant.
Tenslotte vind de olie op twee manieren zijn weg terug naar het carter.
Ten eerste langs de stoterstangen en door een boring in de stoterbeker........
.......... waarmee de stoterbeker tevens wordt gesmeerd ten opzichte van het blok en de nokkenas.
Ten tweede via twee gaten net naast de inlaatkleppen 1 en 4. Hiervandaan komt het dan ook in de ruimte ......
......... waar de stoterbekers zitten en dan via gaten waardoor de olie uiteindelijk in het carter uitkomt.